SWO het Bildt

home

contact


besondere bilkerts

agenda


Naar Luwtermet!
door Siepie van der Wal
Het zal zijn geweest in 1951 of 1952, het precieze jaar  doet er niet toe. Op een Zondagavond kwamen mijn vriendin en ik op het lumineuze idee,dat we wel even naar Luwtermet konden gaan. Ja, dan is het al 7 uur als we dit bedenken. En als je dan om 9 uur thuis moet zijn is er toch akelig weinig tijd om heen en terug te fietsen  naar deze kermis.  Maar heel snel fietsen dan moest dat toch lukken.  Ja vooruit met de geit, op naar Luwt.
Alles was misschien ook nog wel goed gekomen als mijn vriendin, niet op het onzalige idee was gekomen om in 'vliegen aan de wand' te gaan. Dit is zoiets als een hele grote houten centrifuge, waar je in gaat staan en als hij dan heel snel draait de bodem onder je weg zak en jij als een vlieg aan de wand blijft kleven.
Ik bleef wel boven staan kijken, mij niet gezien om hierin. Maar o vreselijk toen ze er weer uit was, was ze heel erg misselijk.
2,25

Van vlug naar huis fietsen kon niets komen en bovendien we waren toch al te laat, 9 uur was een onmogelijkheid om nog te halen. Voor dat ze weer zover was bekomen dat we konden fietsen, was het alweer een uurtje later. Wat hebben we gefietst alsof ons leven er vanaf hing. Te laat was te laat dit was niet in te halen. Wat wij niet allemaal voor verhalen hebben bedacht om dit te laat komen iets recht te praten! Het heeft niet geholpen.

Want wat schertste onze verbazing. Op de prulhoek tussen St Anna en Vrouwbuurt stond een man, wat op zich niet zo erg was, maar hij kwam achter ons aan en nog een thuisbrenger konden we niet gebruiken! Ik maar hopen dat hij achter mijn vriendin aan zou gaan, en ik van hem geen last zou krijgen. Maar dit was valse hoop. Bij Tolsma (Waar nu een kantoor zit) ging ik om de hoek het 'Zandpad' op en tot mijn ontsteltenis kwam deze fietser achter mij aan, wat nu? Ja daar dacht ik  goochem te wezen. Bij ons op het Zandpad hadden we achter ons huis een rij oude hokken, ik dacht daar ga ik snel achter dan vind hij mij niet. 
Maar ho maar, wie hoorde ik daar roepen 'Siepie, Siepie waar ben je'?  Oh wat vreselijk, dat was ons Heit! Die stond dus op de prulhoek al op ons te wachten. Hij had ook gehoord wat voor leugentje we wilden vertellen om ons late thuiskomen wat te verbloemen.
Kwaad!! Kwaad!! was mijn vader! ik moest zien dat ik binnen kwam en dadelijk naar bed, een schop onder mijn kont kon ik krijgen! Ik hoor mijn moeder nog roepen uit de kamer: 'Sierd is ze daar"? 'Ja daar  is  ze', ik kon aan haar stem horen dat ze erg ongerust was geweest,  'Maar ze ziet maar dat ze boven komt, morgen wordt er wel gepraat'. Ik mocht de kamer niet meer in,  naar bed zonder eten of nog iets te drinken . Maar morgen nog met ons Heit praten zat me ook niet lekker want daar kon hij wat van. Als we wat hadden uitgehaald hadden we liever straf dan een zede preek van ons Heit!  Tot zover dit verhaal. Het is een herinnering als zovele , maar deze ene laat mij niet los. 
 

St. Jacobiparochie
11 Oktober 2016